VMCA voor elkaar in Almere
     
     

Sfeerverslag mantelzorgdebat 2015



Hulp vragen is geen teken van zwakte, maar een teken van kracht”

Ik ben uitgenodigd om het grote mantelzorgdebat over respijtzorg, georganiseerd door de gemeente  Almere, de VMCA, Zorggroep Almere en het Leger des Heils,  bij te wonen.

In eerste instantie ben ik wat huiverig: ik weet niet zoveel van mantelzorg; en wat is eigenlijk ‘respijtzorg’? Gelukkig krijg ik snel per email een officiële uitnodiging voor het debat op 10 september toegestuurd, waarin het een en ander wordt uitgelegd:

“Als je langere tijd intensief onbetaald zorg verleent aan een familielid, buurvrouw of andere naaste, ben je mantelzorger. Op het moment dat dat de zorgtaken even van de mantelzorger worden overgenomen, heet dat ‘respijtzorg’. Er zijn grofweg drie soorten respijtzorg: hulp en ondersteuning aan huis, dagbesteding of dagopvang, of een kortdurend verblijf elders”.

Het leek me nogal een zwaar onderwerp, respijtzorg, maar bij binnenkomst in de zaal proef ik een vrolijke en ontspannen sfeer. Iedere aanwezige is op de een of andere manier weleens in aanraking geweest met mantelzorg, dus de meesten zijn erg betrokken, ervaringsdeskundige, professional of beleidsmaker! De ruimte is mooi aangekleed. Koffie, thee en een schaal koekjes staan klaar.

Aan een tafel zit Peter Koch, cartoonist, die komische tekeningen met pakkende teksten over mantelzorg maakt. Overal hangt hij deze tekeningen op. Na een welkomstwoord van de directeur van de VMCA, Jolien Hoek, neemt Elisabeth van den Hoogen het woord. Ze vertelt dat we met een zeer divers gezelschap zijn vandaag: wijkwerkers, beleidsmakers, medewerkers van zorg- en welzijnsorganisaties en natuurlijk, de belangrijksten, de mantelzorgers zelf. Door middel van een drietal prachtige filmpjes leren we wat respijtzorg concreet voor enkele mantelzorgers betekent. Ze vertellen over hun zorgen, de soort respijtzorg waar ze gebruik van maken en wat ze achteraf van de stap om hulp te vragen vonden.

Onderzoek SCP
Door deze filmpjes wordt de confrontatie met de cijfers die Alice de Boer van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) ons geeft heftiger. Van 2001 tot 2007 heeft het SCP onderzoek gedaan naar mantelzorgers:


Ongeveer 2,4 miljoen Nederlanders zijn mantelzorger. Dit aantal zal de komende jaren alleen maar toenemen. De meeste mantelzorg gaat naar (schoon-)ouders (40%) en partners (8%). Het grootste gevaar voor mantelzorgers is overbelasting. Een mantelzorger is eigenlijk een ‘manusje van alles’: hij of zij gaat mee naar de dokter, regelt de administratie, verleent verpleegkundige, emotionele of huishoudelijke hulp en dat dan vaak allemaal tegelijk. Bij een professional staat de taakomschrijving vast; bij die van een mantelzorger niet! Een mantelzorger heeft vaak een baan, een huishouden, een gezin en dan ook nog de mantelzorg. Tijd voor jezelf is dan erg schaars. Dit kan op een gegeven moment leiden tot overbelasting.

 

Respijtzorg kan die overbelasting vóór zijn: een vrijwilliger die een wandeling met de zorgvrager maakt, iemand die een dagdeel een oogje in het zeil komt houden, een dagbesteding van twee keer per week of de zorgvrager gaat een weekendje logeren. Toch hebben veel mantelzorgers er moeite mee om respijtzorg aan te vragen. Ze vinden het moeilijk om aan te geven dat ze iets niet meer aan kunnen, om de zorg over te dragen of ze hebben een negatief beeld van professionele hulp. Maar het allergrootste struikelblok blijkt het vragen van hulp, zelfs en vooral aan familieleden, vrienden of bekenden.

Mantelzorgers hebben vooral behoefte aan iemand die thuis de zorg even overneemt. Vrijwilligers kunnen hier een belangrijke rol in spelen. Mantelzorgers zien vaak eerst problemen bij het inzetten van een vrijwilliger (“ik wil zorg overdragen, niet delen” of “straks stopt de vrijwilliger er ineens weer mee”). Na een goede begeleiding en ondersteuning via een vrijwilligersorganisatie, wordt de inzet van een vrijwilliger erg gewaardeerd.

Na het inzetten van respijtzorg geven veel mensen aan dat ze de zorg weer beter aan kunnen, ze voelen zich minder belast, positiever en fitter, en kunnen de definitieve opname van de zorgvrager bij een zorginstelling uitstellen. Het SCP heeft diverse aanbevelingen voor gemeenten (verlaag drempels en ga het gesprek aan met de mantelzorger), zorgverleners (werk met elkaar en niet naast elkaar), het netwerk (luister naar de mantelzorgers) en mantelzorgers (neem een proactieve houding aan, durf te vragen).

Workshops

Nu ik de filmpjes heb gezien en de cijfers heb gehoord, wordt het tijd voor het echte werk: de aanwezigen worden in groepjes verdeeld en krijgen vier vragen te beantwoorden:

1)      Waarom is respijtzorg belangrijk?

2)      Als we respijtzorg willen, wat is dan de meest ideale vorm (zonder restricties van geld of beleid)?

3)      Hoe is de huidige situatie (kansen en belemmeringen)?

4)      Hoe komen we van hier naar de meest ideale situatie?

Ik zie dat een aantal mantelzorgers zich eerst nog wat op de achtergrond houdt, maar dan komt toch snel het besef: ‘hé, dit gaat ook over mij, ik kan hier mijn zegje doen. Ik weet wat ik nodig heb, ik weet waar ik tegenaan loop’. En ze doen hun mond open. En dat is goed, want zij zijn de enigen die van de filmpjes en cijfers echte mensen met echte verhalen kunnen maken. En dat maakt indruk! Maar ook beleidsmedewerkers geven aan soms te worstelen met medemenselijkheid en het beleid dat ze moeten uitvoeren. Op deze manier leert iedereen iets van elkaar.

Ook even eten

Voor de inwendige mens wordt ook goed gezorgd: heerlijke broodjes, fruit en sapjes staan klaar voor alle aanwezigen. Ondertussen wordt er overal nog flink gediscussieerd. Dan is het tijd voor de eindconclusie:

Mantelzorgers zijn enorm belangrijk. Steeds meer mensen krijgen te maken met mantelzorgtaken,  vaak naast een baan en een huishouden. Respijtzorg kan mantelzorgers even ‘de batterij laten opladen’, waardoor ze hun zorgtaken beter kunnen uitvoeren en hun kwaliteit van leven beter is. Voor respijtzorg zijn kleine aanpassingen al fijn: niets is zo vervelend om elke keer parkeergeld te moeten betalen als je iemand komt helpen; gratis parkeren voor mantelzorgers is een concrete oplossing. Een coach zou bijvoorbeeld kunnen helpen bij het wegwijs maken in de wet- en regelgeving. Maar ook particulieren die respijtzorg willen aanbieden zouden middels een website in contact moeten kunnen komen met een mantelzorger. Verder kunnen organisaties en instanties nog beter samenwerken en is een geleidelijke overgang naar een permanent verblijf in een verzorgingshuis wenselijk. Verder zou het fantastisch zijn als Almere weer een logeerhuis krijgt, waarbij de kosten door de verzekering worden vergoed.

Als maatschappij zullen we mantelzorg en vrijwilligerswerk meer moeten integreren in de samenleving, waardoor hulp verlenen en vragen vanzelfsprekend is. De gemeente heeft aangegeven te onderzoeken of een welkomstkaartje met een tekst als ‘In Almere is het normaal om elkaar te helpen en om hulp te vragen’ te sturen naar elke nieuwe inwoner.

Alle opmerkingen, ervaringen en notities zijn door de gemeente Almere verzameld en worden meegenomen voor het vaststellen van beleid.

Tot slot: op www.respijtzorg.nl kunt u informatie vinden over waar respijtzorg te vinden is. Overigens: veel mensen vinden het woord ‘respijtzorg’ een negatieve klank hebben. Mocht u een goed alternatief weten, laat het ons dan zeker weten!

Tekst: Nadine Strik-van Waard
Foto: Elisabeth Ismail